Inhoud Geschiedenis | <vorige

De nieuwbouw

Het nieuw gerechtsgebouw is vrij organisch gegroeid, rondom een inwendige straat op twee niveaus.

Om de eigenheid van al de verschillende afdelingen in de architectuur tot uiting te brengen en ze zelfs later ook de mogelijkheid te bieden onafhankelijk van elkaar te evolueren, is het nieuw gerechtsgebouwopgevat als een agglomeraat van gebouwen, dat we kunnen vergelijken met een twijg met knoppen en bladeren: de twijg is de centrale publieke wandelgang, de knoppen zijn de audiëntiezalen, de bladeren, de kantoorgebouwen van iedere rechtbank en het steeltje waarmee het blad op de twijg vastzit, is telkens de griffie van die rechtbank. In de twijg, in de knoppen en in de steeltjes komen publiek en advocaten; de Balie is zoals de andere bladeren op dezelfde twijg geënt. Het geheel is volledig onderkelderd voor parkeergelegenheid en dood archief en met liften verbonden met de verschillende kantoorgebouwen.

Van bij het ontwerp werd er bijzondere aandacht besteed aan de circulatiepatronen, vooral in functie van de veiligheid.

Zo is er in eerste instantie de circulatie van het publiek die zich in hoofdzaak beperkt tot de centrale straat, palend aan de hoofdingang en de erop aansluitende audiëntiezalen en griffies.

Ten tweede is er de circulatie van de magistraten en het personeel, die rechtstreeks vanuit de ondergrondse parkeergarage hun eigen rechtbank of dienst kunnen bereiken.

Tenslotte is er de circulatie van de gedetineerden die via afzonderlijke, discrete en beveiligde wegen naar de audiëntiezalen kunnen geleid worden.

Vermeldenswaard is eveneens dat zowel de Jeugdrechtbank als de Vredegerechten aparte toegangen hebben. Dit komt tegemoet aan het eigen en specifieke karakter van deze rechtbanken.

Deze horizontale spreiding en scheiding van de cirkulatiepatronen draagt uiteraard sterk bij tot een natuurlijke veiligheid van het complex, waardoor een rechtstreekse besparing op de dure, gesofisticeerde veiligheidsapparatuur mogelijk werd. De eigenheid van de verschillende huizen is in de volumes zeer goed merkbaar. Door deze opvatting van het geheel kon het nieuw complex bovendien harmonisch ingepast worden in het fijnkorrelig stadsweefsel op mensenmaat van de oude Europese stad die Brugge toch is.

De aandacht van tal van details zowel in de architectuur als in de infrastructuur rondom bevordert de herkenbaarheid van de onderscheiden delen. Zo zien we bijvoorbeeld alle publieke zalen en gangen buiten door een rij betonkolommen aangekondigd, en binnenin door kolommen gedraaid over 45°. Ook de materiaalkeuze (tapijt, plafonds, lambrizeringen, enz.) duidt duidelijk de grens aan met de privatieve delen van de verschillende gerechtelijke entiteiten.

Ook andere uitwendigheden zoals bepaalde ritmes of volumes duiden op specifieke functies. Zo zijn de kabinetten van korpsoversten gekenmerkt door uitspringende erkers, een houten plafond en textielbehang, de bibliotheken en ontmoetingsruimten door open dakconstrukties bekleed met houtwolcementplaten, enz.

De hoofdingang werd anderzijds, om niet nutteloos te imponeren, opgevat als "verbindend derde" in plaats van "dominant derde".

De opbouw bestaat uit een traditioneel betonskelet, grotendeels geprefabriceerd, gecombineerd met een baksteenarchitectuur, met bakstenen als traditioneel bouwmateriaal van onze streek, hier toegepast in hun meest naakte uitdrukking, als ongesofisticeerde getuigen van de hedendaagse baksteenindustrie die technologisch een hoge vlucht heeft genomen. Ook pannen en daktegels zijn streekgebonden en werden in het kleinschalig dakenspel ruim toegepast. Er werden niet alleen keramische produkten toegepast maar ook staal, koper dakbedekkingen met staande naden en koper regenwaterafvoeren, houten ramen, dallen op plots voor de daktuinen, enz.

Behalve vaste punten zoals trapzalen, liftschachten en sanitaire lokalen zijn alle scheidingswanden van het lichte type, dat wil zeggen een metalen frame bekleed aan beide zijden met gipskarton panelen.

Betonelementen met een specifieke functie zijn zichtbaar gelaten en geschilderd. Bij de doorsnee burelen en gangen zijn de muurvlakken vooral afgewerkt met een afwasbaar vinylbehang, terwijl de vloeren meestal voltapijt zijn en de plafonds akoestisch absorberende plafondtegels in minerale vezels.

Uiteindelijk werd het stadslandschap afgewerkt met de groenaanleg, de voetpaden en de nodige parkings voor rechtzoekenden.

Nog heel even wordt een herinnering gewijd aan het kartuizerklooster door de aanleg van een "Franse tuin" vóór de gerestaureerde pandgang, zoals er zo mooie afgebeeld staan op het enige achttiende eeuwse plan dat ons rest van het klooster.

Inhoud Geschiedenis | <vorige